Arthur in Angol...'s profileArthur in AngolaPhotosBlogListsMore ![]() | Help |
Arthur in AngolaZie hier mijn belevenissen, observaties en foto's Bedankt voor je bezoek!
|
June 15 Terug in NederlandArthurinangola, heet dit weblog. Maar ik ben niet meer in dit geliefde land. Na 3.5 jaar ben ik terug in nederland. Ook erg fijn. January 25 Banken, banden, balenIn Nederland klaagt men wel eens dat een woud aan regels en bureaucratie het leven ingewikkeld maakt. Die mensen hebben denk ik nog niet in Angola gewoond, waar deze begrippen op zijn minst rekbaar zijn. Resultaat: het leven is gemiddeld een stuk ingewikkelder en kost veel meer tijd en frustratie. Als je iets moet regelen of oplossen, hoe simpel ook, is het vooraf compleet onvoorspelbaar hoe het zal verlopen, behalve dan dat het moeilijk gaat worden. Voordeel is wel dat het anekdotes oplevert die met name onder het genot van een biertje gedeeld kunnen worden en zo veel gelach en feest van herkenning oplevert. Mijn top drie van de laatste maand:
1: Mijn vriend Matthew heeft een mobiele internet aansluiting via een van de twee grote telecommunicatie bedrijven in Angola. Hij verhuisde naar Huambo, met ca een miljoen inwoners de tweede stad van het land. Zijn abonnement liep af, en hij toog naar het kantoor van het telecommunicatiebedrijf om voor iets meer dan 100 dollar een maandje internet te kopen. Helaas. Dat kan alleen in Luanda, kreeg mijn teleurgestelde vriend te horen.
Einde verhaal? Natuurlijk niet, dit is Angola, en wat je ook probeert te regelen, er is altijd een onverwachte wending. Dit keer ten goede, want hij hoorde dat als je een rekening opent bij de BFA-bank, dat je een bankpas krijgt, waarmee je niet alleen kan pinnen, maar óók digitaal je internetabonnement kan verlengen. Wow! Angola blijft verbazen. Probleem is natuurlijk wel: open maar eens een bankrekening, een netelige kwestie die van veel factoren afhangt, zoals de aanwezigheid van de baas, en de bui die de beste man die dag heeft. Vol wankele moed betrad Matthew het BFA-kantoor. “Geen enkel probleem!,” sprak de vrolijke receptioniste, “gewoon dit formulier invullen, we maken een kopietje van je paspoort, je stort voldoende geld, en je kunt met je bankkaart je internet betalen.” Matthew’s mond viel open van verbazing. Is dit echt Angola?
Ja, dit is echt Angola. Jammer genoeg, want er zijn meestal twee onverwachte wendingen. Toen al het papierwerk achter de rug was, wenste de bankmedewerkster hem een prettige dag toe. “Ik wil graag nog mijn bankpasje,” antwoordde Matthew. “Oh, die zijn al maanden op in Huambo. We bellen je wel als we ze binnen krijgen…”
2. Tijdens onze afgelopen reis door de woestijn hadden we een lekke band gekregen. Toen we de woestijn weer uitwaren, wilde we hem in de eerstvolgende stad laten plakken zodat we niet zonder reserveband naar Luanda hoefden te rijden. “Heeft u deze band op voorraad voor ons?” - “Ja hoor, das 200 dollar.” “Ok, maar we vertrekken over een uurtje naar Luanda, dus kun je hem er ook voor ons op het wiel zetten?” - “Geen probleem” “We vertrekken al over een uur, dus dan moet de band erop zitten.” - “Geen probleem” We rekenen af, en de man blijft stoïcijns zitten. “Kunt u nu de band erop zetten?” - “Kom woensdag maar terug, dan is de jongen die dat doet terug.”
3. Ze kwamen laatst de elektriciteit van het kantoor afsluiten, omdat de rekening nog niet betaald was. Normaal is het de taak van een van de chauffeurs om de rekening op te halen en te betalen. Ik vroeg hem geïrriteerd waarom hij dat nagelaten had, en of hij beseft wat het kost als een heel kantoor dagen of weken zonder elektriciteit komt te zitten. “Ik ben vorige week drie keer naar hun kantoor geweest om te betalen (lees: 2 uur in de file gestaan, dan 2 uur in de rij op je beurt wachten, en dan weer 2 uur in de file staan), maar iedere keer hadden ze bij het elektriciteitsbedrijf geen licht, waardoor de computer niet werkte, waardoor ik de rekening niet kon betalen.” January 11 De goede herderAl ben ik niet bepaald Christelijk opgevoed, ik heb wel eens gehoord dat er in Bijbelse tijden iemand rondliep die “de goede herder” werd genoemd. Groot nieuws: zo’n tweeduizend jaar later ben ik nog een exemplaar tegengekomen! Waar? Honderden kilometers van de bewoonde wereld, midden in de woestijn in het zuiden van Angola.
Tussen kerst en Nieuwjaar hadden Jojanneke en ik een lift van vrienden gekregen de woestijn in. Op een uurtje rijden van onze lodge bevinden zich de rotsschilderingen van Tchitundo-Hulu. 20.000 jaar oud en naar verluidt de plek met de grootste diversiteit aan tekeningen van heel Sub-Sahara Afrika. Dat wilde we natuurlijk zien, en we kregen een gids mee om ons er heen te leiden. Na 4 uur rijden door de woestijn gaf de gids toe dat hij verdwaald was.
Vervelend was ook dat we voor het zogenaamd korte uitstapje maar een geringe hoeveelheid water hadden meegenomen. De benzinetank begon ook akelig leeg te geraken. Gelukkig wisten we toen nog niet dat we even later ook een klapband zouden krijgen. Toen ergernis over de gids begon plaats te maken voor ongerustheid over onze situatie gebeurde het. Hij dook uit het niets op. Stond er ineens echt: onze goede herder, uitgerust met gouden armbanden, een stok, een kapmes en een geruite rok.
De herder wist wel waar de rotsschilderingen waren, en zou ons wel de weg wijzen. Hij stapte in de auto, maar na twee uur en 60 kilometer rijden begon ik me opnieuw zorgen te maken: hoe komt de herder in godsnaam thuis? Terugbrengen waar we hem oppikten is het minste wat we konden doen, maar onze benzinereserves werden er niet beter op, en ik zag het ook niet zitten om met onze gids in het donker de lodge proberen terug te vinden. Maar het bleek dat we ons daar helemaal geen zorgen over hoefden te maken. De herder woonde vlak bij de rotsschilderingen, en was alleen maar even naar zijn koeien gelopen om ze te verzorgen. Toen we hem tegenkwamen was hij al op de terugweg.
“Alleen maar even naar zijn koeien gelopen”?!?! Dat zijn 60 kilometer! Dwars door de woestijn! En de herder doet dat iedere dag! En weer terug! En hij heeft water nog voedsel bij zich. Dat vindt ie namelijk alleen maar ballast. Af en toe een sneetje in de nek van een koe voor bloed, afgewisseld met plaatsnemen onder een van diens uiers is voldoende. Wonderbaarlijk.
January 08 Hoofdkantoor vs veldkantoorDe grote ontwikkelingsorganisaties van deze wereld, zoals CARE, hebben typischerwijs hoofdkantoren in de Westerse wereld en veldkantoren in het Zuiden. Het is normaal dat mensen die op de hoofdkantoren werken jaloers zijn op hun colega´s “in het veld”. En terecht, want werken op een veldkantoor is veel interessanter, leuker, je werkt direct met de mensen en de materie waar het omgaat, je ziet vaker direct resultaat van je werk, en het weer is er beter. Maar dat het leven van een velwerker niet altijd in alle opzichten beter is blijkt uit de onderstaande email conversatie tussen mij en een colega die op het hoofdkantoor werkt.
Collega: First of all, Happy New Year! I hope you had a bit of time to rest and enjoy the festivities. Apologies for nagging you in the first week of the year… but could you please send me asap email regarding […etc]
Arthur: Happy New Year to you too! How did you spend the Holidays? With(out) the intention of making you jealous: I spend New Year under the stars in the desert of Southern Angola.
Nagging us the first week of the year would have had no effect. The two weeks around Christmas, New Year, and the remembrance of the Massacre of Cassange, Angola shuts down totally. Nothing is open. Nobody does anything. Nothing is available. Nothing functions. The
Or take a regular meeting. Let´s say it would take you 4 hours. I reserve 1) 3 hours of traffic going and coming back. 2) 99% starts at least an hour late. 3) Angolans like talking a lot and generally repeat 1 argument 3 times, thereby reducing productivity by at least 30%. 4) Roughly 30% gets cancelled because nobody showed up because of a variety of reasons. Meaning that step 1, 2 and 3 have to be taken again another day. Your 4 hours take me at least 12. That did not include, of course the time it takes to confirm the meeting 3 times, using the same slow internet connections, necessary to prevent that the cancellation rate will not be 90%. November 30 Even in Nederland
Tussen 8 december en 21 december ben ik weer eens twee weken in Nederland. Het lijkt me leuk je in die tijd te zien. Als je wilt, laat me weten wanneer we wat kunnen afspreken. Ik ben in NL bereikbaar op mijn oude nummer: 06-43960599.
Mijn tijd in Angola zit er overigens bijna op. In februari vertrekken Jojanneke en ik uit het land waar we zoveel van zijn gaan houden. Om de terugkeer naar het “echte leven” uit te stellen, en om van de vrijheid en dit continent te genieten gaan we eerst drie maanden reizen alvorens we ons vanaf mei 2009 weer voor wat langere tijd in Amsterdam proberen te settelen.
Hopelijk tot snel,
Groet,
Arthur
November 23 Binnenlandse vluchtDe laatste tijd reis ik regelmatig voor mijn werk de stad uit en de provincie in. Dat bevalt me uitstekend, want niet alleen krijg ik een onderbreking van de chaos, files, kabaal, stof en stank die mijn dagen in Luanda kleuren, ik krijg er mooie natuur, lucht die je kan inademen, vriendelijke en fotogenieke mensen, kalmte, leuk werk, afwisseling, en bovenal avontuur voor terug. Vaak vindt het avontuur plaats op reis van de stad naar land, of zoals laatst op de weg terug. Ik was een week in Chitato in Lunda Norte, in het noordoostelijke puntje van Angola geweest, 5km van de grens met Congo. Ondanks dat dit een diamant-gebied is, en er dus veel geld te verdienen is, vliegt er maar één luchtvaartmaatschappij naartoe, die bijgevolg kan wegkomen met de slechtste kwaliteit voor de hoogste prijs.
Hun vliegtuig is een stokoude Russische Antonov, wiens aanwezigheid in Angola een overblijfsel is van Angola´s communistische experiment ten tijde van de koude oorlog. Naar verluidt was het toestel het vroegere privévliegtuig van de president van Albanië, die hem niet goed genoeg meer vond. Het grote voordeel van deze Antanov was dat ze slechts een paar honderd meter startbaan nodig hebben om vervolgens bijna loodrecht cirkelend te kunnen opstijgen, en zo dus minder makkelijk werden neergeschoten door de rebellen die buiten de stad in de bush zaten. Maar voor een reiziger in vredestijd is er nog maar moeilijk een voordeel te ontdekken. De ingang van de Antonov zit is in de buik van het vliegtuig, via een uitklapbare trap zoals je die soms op zolders ziet. Vervolgens werd ik begroet door een fotomodel (stewardess), en zwerm vliegen, de stank van rottend fruit, een walm van urine, en door de opluchting dat ik een van de weinige overgebleven stoelen mét rugleuning wist te bemachtigen.
Voor het opstijgen controleerden we of de stewardess de trap wel ingehaald had, want een medepassagier wist te vertellen dat tijdens zijn vorige vlucht slechts een schrapend geluid tijdens het taxiën haar had helpen te herinneren dat alle deuren van een vliegtuig gesloten horen te zijn.
We zouden één tussenlading maken in Saurimo in Lunda Sul voor extra kerosine, om vervolgens direct naar Luanda te vliegen. Het tankstation van Lunda Sul bleek self-service te zijn, want de piloot klom zelf op te vleugen om te tanken. De co-piloot was ondertussen druk aan het telefoneren. Toen hij klaar was vroeg hij om aandacht. “Geachte passagiers, wij vragen uw begrip. We kregen net een telefoontje van een baas, en we moeten éérst in Canfunfo [terug in Lunda Norte] landen voor we naar Luanda gaan” En als een hoge pief, hoogstwaarschijnlijk iemand met zeggenschap over de vlieglicentie van de maatschappij en/of het salaris van de piloot, zoiets vraagt kun je maar beter gehoorzamen. Canfunfo bleek een plaatsje omringd met diamantmijnen, die je herkent als héle grote zandbakken midden in het bos. Toen we op de gravel landingsbaan tot stilstand kwamen, reed er een grote zwarte auto met geblindeerde ramen op ons af waar een grote dikke man in pak, met flinke snor en twee koffers uitstapte. Ik voelde de neiging om een wedje om de inhoud van de koffers met de man aan te gaan om wat er in zat, maar de aanblik van de militairen om hem heen deed me er van afzien. Toen ik in Luanda zag dat ook de altijd nieuwsgierige douanebeambten ervan afzagen de documenten en bagage van de baas te controleren, bedacht ik dat ik me waarschijnlijk wijselijk in had gehouden. November 02 Geld stinkt.“Geld stinkt” is niet een uitdrukking die ik in Angola ooit gehoord heb. Integendeel, zij die het hebben laten het juist graag breed hangen. En zij die het amper hebben trouwens ook. Alomtegenwoordig zijn de voorbeelden van mannen die alle poen de ze verzameld hebben stoppen in een blinkende auto, die vervolgens dagelijks minutieus gepoetst wordt. Maar de auto parkeert ie iedere dag voor een krot, waar hij met zijn vrouw en kinderen zonder elektriciteit, water en sanitaire voorzieningen, maar wél met een grote TV en stereo in woont. En de vrouwen die van niet meer dan twee dollar per dag leven weten zich wel iedere dag als prinsessen te kleden, in een stad waar een simpel jurkje minimaal 50 dollar kost.
Maar waar de Nederlanders soms zéggen dat geld stinkt, kunnen de Angolezen het ook echt ruiken. Letterlijk. Vorige week was ik in een van de duurste privéklinieken van Luanda, en ik zocht er het kleinste kamertje op voor een grote boodschap. Na gedane zaken merkte ik dat er geen WC-papier was. Wat me uiteindelijk redde was mijn portemonnee met daarin briefjes van 5 en 10 Kwanza (5 en 10 ct). Toen ik later met een mix van schaamte, verbazing en ook wel trots mijn daden in de dure kliniek opbiechtte, bleek mijn gehoor allerminst geschokt. Vrienden die op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Luanda werken hebben al maanden geen WC-papier meer, en komen tot dezelfde oplossing als ik. Er ontstond zelfs een verhitte discussie over welk type bankbiljet de voorkeur heeft: 5 Kwanza (goedkoper, nieuwere briefjes, schoner, harder, knisperend) of 10 Kwanza (duurder, oudere briefjes, viezer, zachter, licht absorberend). Welke het ook is, één ding staat als een paal boven water. Het is bewezen. Geld stinkt. In ieder geval in Angola. October 03 Socorro en de top van de meest geliefdenEen tijd geleden schreef ik over een blinde muzikant die ik had leren kennen. Socorro. Ik was onder de indruk van de schoonheid van zijn muziek, die hij in zijn onderkomen in een sloppenwijk componeerde en ten gehore bracht. Maar hoe mooi ik de muziek ook vond, ik was ervan overtuigd dat Socorro zijn ambitie om ooit grote hits te scoren nooit waar zou maken. Hij was blind, had geen cent te makken, en geen netwerk met invloedrijke vrienden en kennissen. In een land waar de have-nots de wind gemiddeld flink tegen hebben, en in een industrie waar door de grootschalige piraterij amper een boterham te verdienen valt, gaf ik geen cent voor zijn kansen.
Hoe fout kan een inschatting zijn? Twee jaar na mijn eerste ontmoeting met Socorro, is er geen ontkomen meer aan. Als ik naar de markt ga, schalt hij uit de speakers van de CD-verkopers. Als ik op straat loop hoor ik zijn muziek uit de voorbijsnellende taxibusjes blazen. In de file luister ik naar interviews of zijn nieuwste hit. Secorro is net terug uit Parijs, waar zijn video-clip is opgenomen. Voorlopig hoogtepunt van zijn roem zal dit weekend zijn. Dan is het jaarlijkse “Top van de Meest Geliefden” evenement. Het Angolese equivalent van de MTV-awards. En Socorro? Hij is één van de tien kandidaten om de prijs (roem en 20.000$) in ontvangst te nemen. Had ik twee jaar geleden maar een smak centen op zijn kansen gezet… September 13 Tolerantie van de puntenTolerância de pontos – letterlijk tolerantie van de punten – is iets belangrijks. Voordat ik hier kwam had ik er nog nooit van gehoord, maar inmiddels ben ik zeer behendig in het voeren van de discussie of het morgen wel of geen tolerantie van de punten zal zijn. Dat is overigens een discussie vergelijkbaar met een gesprek over of nummer 16 deze week wel of niet in het rijtje van de lotto voor zal komen, maar toch de moeite waard om te voeren. Hoe herken je tolerantie van de punten? De dag ervoor is er vaak nog niks aan de hand. Aan het einde van de dag wens je je collega’s een fijne avond toe, en men voegt een “tot morgen” toe. De eerste aanwijzingen krijg ik meestal vroeg in de ochtend, als ik mijn straat uitrijd op weg naar mijn werk. “Vreemd, geen file” mompel ik. Maar het wordt pas echt duidelijk als ik op kantoor aankom. Niemand. Donker, leeg, dicht. Vertwijfeld grijp ik naar mijn mobiele telefoon, en bel een van de vroege vogels die er altijd al is als ik aankom. “Goedemorgen” (…) “Goed” (…) “Thuis” (…) “Heb je het dan niet gehoord? (…) Het is tolerantie van de punten, ze riepen het vanochtend om op de radio” (…) “Cião”, hoor ik de vroege vogel antwoorden. Weemoedig denk ik aan mijn bed, die ik voor niks om 6 uur verlaten heb.
Volgens een vriend –die ik erg waardeer om zijn cynische manier van redeneren- is er meestal tolerantie van de punten wanneer de ministers ’s avonds zo diep in het glaasje hebben gekeken dat er van werken geen sprake kan zijn. Volgens een ander wordt er tolerantie van de punten uitgeroepen om mensen de kans te geven deel te nemen aan gebeurtenissen van groot nationaal belang. De laatste tolerantie van de punten was bijvoorbeeld op verkiezingsdag van 5 september, inderdaad van groot nationaal belang. Maar ter verdediging van de eerste vriend, meestal zie je belangrijke gebeurtenissen toch van te voren aankomen? En het grote nationale belang is me ook niet altijd even duidelijk. Oordeel zelf: op 3 september hield een politieke partij zijn afsluitende campagnebijeenkomst, en de punten waren tolerant. En ergens in juli hadden een paar scheidsrechters hun vliegtuig gemist, waardoor ze niet op tijd waren voor de zondagse WK-kwalificatiewedstrijd Angola-Uganda. Op maandag waren ze er wel, en dus stond ik weer voor een dichte deur. September 05 Luanda, 5 september 2008: verkiezingsdagVandaag is een geweldige dag! Na 16 lange en moeilijke jaren is het eindelijk zover: Angola stemt. En dat doet men massaal. Het afgelopen uur hebben Jojanneke en ik de stembureaus van onze wijk afgestruind, en overal was het beeld hetzelfde. Mensen die kalm in de rij staan. Jonge mensen in hesjes van de Nationale Verkiezingscommissie die alles in goede banen leiden. Mensen die wanneer het hun beurt is hun stemkaart ruilen voor een stembiljet, het hokje van hun keuze aankruisen, hun biljetten in transparante dozen stoppen, hun vingers in een potje inkt dopen, en vervolgens met een brede glimlach weglopen. Overal lachende gezichten. Mensen die trots en blijdschap voelen Angolees te zijn.
Alle stembureaus hadden om 7 uur ’s ochtends open moeten gaan, maar op veel plaatsen was nog niet alle materiaal aanwezig. In de vroege ochtend hoorde ik dan ook enkele geagiteerde mensen op de radio, met name in Luanda. Maar tot confusão kwam het gelukkig niet, en een paar uur later waren op de meeste plaatsen de logistieke problemen opgelost, en kon men stemmen. De Verkiezingscommissie garandeert dat alle bureaus open blijven totdat de laatste kiezer de kans heeft gehad te stemmen.
|
|||||
|
|