Arthur in Angol... 的个人资料Arthur in Angola照片日志列表更多 ![]() | 帮助 |
|
1月25日 Banken, banden, balenIn Nederland klaagt men wel eens dat een woud aan regels en bureaucratie het leven ingewikkeld maakt. Die mensen hebben denk ik nog niet in Angola gewoond, waar deze begrippen op zijn minst rekbaar zijn. Resultaat: het leven is gemiddeld een stuk ingewikkelder en kost veel meer tijd en frustratie. Als je iets moet regelen of oplossen, hoe simpel ook, is het vooraf compleet onvoorspelbaar hoe het zal verlopen, behalve dan dat het moeilijk gaat worden. Voordeel is wel dat het anekdotes oplevert die met name onder het genot van een biertje gedeeld kunnen worden en zo veel gelach en feest van herkenning oplevert. Mijn top drie van de laatste maand:
1: Mijn vriend Matthew heeft een mobiele internet aansluiting via een van de twee grote telecommunicatie bedrijven in Angola. Hij verhuisde naar Huambo, met ca een miljoen inwoners de tweede stad van het land. Zijn abonnement liep af, en hij toog naar het kantoor van het telecommunicatiebedrijf om voor iets meer dan 100 dollar een maandje internet te kopen. Helaas. Dat kan alleen in Luanda, kreeg mijn teleurgestelde vriend te horen.
Einde verhaal? Natuurlijk niet, dit is Angola, en wat je ook probeert te regelen, er is altijd een onverwachte wending. Dit keer ten goede, want hij hoorde dat als je een rekening opent bij de BFA-bank, dat je een bankpas krijgt, waarmee je niet alleen kan pinnen, maar óók digitaal je internetabonnement kan verlengen. Wow! Angola blijft verbazen. Probleem is natuurlijk wel: open maar eens een bankrekening, een netelige kwestie die van veel factoren afhangt, zoals de aanwezigheid van de baas, en de bui die de beste man die dag heeft. Vol wankele moed betrad Matthew het BFA-kantoor. “Geen enkel probleem!,” sprak de vrolijke receptioniste, “gewoon dit formulier invullen, we maken een kopietje van je paspoort, je stort voldoende geld, en je kunt met je bankkaart je internet betalen.” Matthew’s mond viel open van verbazing. Is dit echt Angola?
Ja, dit is echt Angola. Jammer genoeg, want er zijn meestal twee onverwachte wendingen. Toen al het papierwerk achter de rug was, wenste de bankmedewerkster hem een prettige dag toe. “Ik wil graag nog mijn bankpasje,” antwoordde Matthew. “Oh, die zijn al maanden op in Huambo. We bellen je wel als we ze binnen krijgen…”
2. Tijdens onze afgelopen reis door de woestijn hadden we een lekke band gekregen. Toen we de woestijn weer uitwaren, wilde we hem in de eerstvolgende stad laten plakken zodat we niet zonder reserveband naar Luanda hoefden te rijden. “Heeft u deze band op voorraad voor ons?” - “Ja hoor, das 200 dollar.” “Ok, maar we vertrekken over een uurtje naar Luanda, dus kun je hem er ook voor ons op het wiel zetten?” - “Geen probleem” “We vertrekken al over een uur, dus dan moet de band erop zitten.” - “Geen probleem” We rekenen af, en de man blijft stoïcijns zitten. “Kunt u nu de band erop zetten?” - “Kom woensdag maar terug, dan is de jongen die dat doet terug.”
3. Ze kwamen laatst de elektriciteit van het kantoor afsluiten, omdat de rekening nog niet betaald was. Normaal is het de taak van een van de chauffeurs om de rekening op te halen en te betalen. Ik vroeg hem geïrriteerd waarom hij dat nagelaten had, en of hij beseft wat het kost als een heel kantoor dagen of weken zonder elektriciteit komt te zitten. “Ik ben vorige week drie keer naar hun kantoor geweest om te betalen (lees: 2 uur in de file gestaan, dan 2 uur in de rij op je beurt wachten, en dan weer 2 uur in de file staan), maar iedere keer hadden ze bij het elektriciteitsbedrijf geen licht, waardoor de computer niet werkte, waardoor ik de rekening niet kon betalen.” 1月11日 De goede herderAl ben ik niet bepaald Christelijk opgevoed, ik heb wel eens gehoord dat er in Bijbelse tijden iemand rondliep die “de goede herder” werd genoemd. Groot nieuws: zo’n tweeduizend jaar later ben ik nog een exemplaar tegengekomen! Waar? Honderden kilometers van de bewoonde wereld, midden in de woestijn in het zuiden van Angola.
Tussen kerst en Nieuwjaar hadden Jojanneke en ik een lift van vrienden gekregen de woestijn in. Op een uurtje rijden van onze lodge bevinden zich de rotsschilderingen van Tchitundo-Hulu. 20.000 jaar oud en naar verluidt de plek met de grootste diversiteit aan tekeningen van heel Sub-Sahara Afrika. Dat wilde we natuurlijk zien, en we kregen een gids mee om ons er heen te leiden. Na 4 uur rijden door de woestijn gaf de gids toe dat hij verdwaald was.
Vervelend was ook dat we voor het zogenaamd korte uitstapje maar een geringe hoeveelheid water hadden meegenomen. De benzinetank begon ook akelig leeg te geraken. Gelukkig wisten we toen nog niet dat we even later ook een klapband zouden krijgen. Toen ergernis over de gids begon plaats te maken voor ongerustheid over onze situatie gebeurde het. Hij dook uit het niets op. Stond er ineens echt: onze goede herder, uitgerust met gouden armbanden, een stok, een kapmes en een geruite rok.
De herder wist wel waar de rotsschilderingen waren, en zou ons wel de weg wijzen. Hij stapte in de auto, maar na twee uur en 60 kilometer rijden begon ik me opnieuw zorgen te maken: hoe komt de herder in godsnaam thuis? Terugbrengen waar we hem oppikten is het minste wat we konden doen, maar onze benzinereserves werden er niet beter op, en ik zag het ook niet zitten om met onze gids in het donker de lodge proberen terug te vinden. Maar het bleek dat we ons daar helemaal geen zorgen over hoefden te maken. De herder woonde vlak bij de rotsschilderingen, en was alleen maar even naar zijn koeien gelopen om ze te verzorgen. Toen we hem tegenkwamen was hij al op de terugweg.
“Alleen maar even naar zijn koeien gelopen”?!?! Dat zijn 60 kilometer! Dwars door de woestijn! En de herder doet dat iedere dag! En weer terug! En hij heeft water nog voedsel bij zich. Dat vindt ie namelijk alleen maar ballast. Af en toe een sneetje in de nek van een koe voor bloed, afgewisseld met plaatsnemen onder een van diens uiers is voldoende. Wonderbaarlijk.
1月8日 Hoofdkantoor vs veldkantoorDe grote ontwikkelingsorganisaties van deze wereld, zoals CARE, hebben typischerwijs hoofdkantoren in de Westerse wereld en veldkantoren in het Zuiden. Het is normaal dat mensen die op de hoofdkantoren werken jaloers zijn op hun colega´s “in het veld”. En terecht, want werken op een veldkantoor is veel interessanter, leuker, je werkt direct met de mensen en de materie waar het omgaat, je ziet vaker direct resultaat van je werk, en het weer is er beter. Maar dat het leven van een velwerker niet altijd in alle opzichten beter is blijkt uit de onderstaande email conversatie tussen mij en een colega die op het hoofdkantoor werkt.
Collega: First of all, Happy New Year! I hope you had a bit of time to rest and enjoy the festivities. Apologies for nagging you in the first week of the year… but could you please send me asap email regarding […etc]
Arthur: Happy New Year to you too! How did you spend the Holidays? With(out) the intention of making you jealous: I spend New Year under the stars in the desert of Southern Angola.
Nagging us the first week of the year would have had no effect. The two weeks around Christmas, New Year, and the remembrance of the Massacre of Cassange, Angola shuts down totally. Nothing is open. Nobody does anything. Nothing is available. Nothing functions. The
Or take a regular meeting. Let´s say it would take you 4 hours. I reserve 1) 3 hours of traffic going and coming back. 2) 99% starts at least an hour late. 3) Angolans like talking a lot and generally repeat 1 argument 3 times, thereby reducing productivity by at least 30%. 4) Roughly 30% gets cancelled because nobody showed up because of a variety of reasons. Meaning that step 1, 2 and 3 have to be taken again another day. Your 4 hours take me at least 12. That did not include, of course the time it takes to confirm the meeting 3 times, using the same slow internet connections, necessary to prevent that the cancellation rate will not be 90%. |
|
|