Arthur in Angol... 的个人资料Arthur in Angola照片日志列表更多 工具 帮助
11月26日

Het systeem

De ene plek is de andere niet. Zo werkt Angola heel erg anders dan Nederland. In bijna alle opzichten, denk ik soms. Sommige dingen werken fantastisch, ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat er altijd en overal “alegria” – vrolijkheid is. Ook solidariteit, waar Afrika vaak voor geroemd wordt, werkt hier. Het feit dat mensen solidariteit voelen, of op z’n minst verantwoordelijkheid, met ook maar de meest verre verwanten levert een vangnet op voor als je je baan, gezondheid, man of huis verliest. Andere dingen werken juist heel slecht, voor 95% van de bevolking in iedere geval. Machtsmisbruik, nepotisme en corruptie houdt miljoenen Angolezen arm, op de rand van de afgrond.

 

Iedere samenleving werkt dus anders, maar tegelijkertijd zijn er altijd systemen in te ontdekken. De kunst is de systemen te leren kennen, begrijpen en je er zo goed mogelijk aan aan te passen. Ik herinner me bijvoorbeeld van de middelbare school dat ik na een paar jaar steeds beter begon te begrijpen hoe alles functioneerde, en me er zo op instelde dat ik met een zo minimale inspanning zo hoog mogelijke cijfers wist te halen. Zo ging ik iedere jaar gemakkelijk over en hield voldoende tijd over voor waar het echt om ging: uren lang voor de TV hangen.  

 

Ontmoet Mady

Het mooie van langere tijd hier te wonen is dat ik steeds meer begrijp van de systemen die in Angola werken. Iedere dag dat ik weer een nieuw inzicht krijg vind ik een topdag. Iemand die me al veel topdagen bezorgd heeft is Mady. Mady is 33 jaar en komt uit Burkina Faso. Bovenal is hij een ster in het zich een weg vinden in het systeem. Ik leerde Mady kennen in een winkel waar ik vaak boodschappen deed en hij werkte. Het was altijd een feest daar binnen te stappen. Ik werd begroet met de uitroep “Mister Artúr!” en dan een gulle lach. Vervolgens praatten we over zijn land, mijn land en het land dat ons bindt. Bovendien is hij een wandelende reggae encyclopedie vol met mooie verhalen over Bob Marley, Peter Tosh, Lucky Dube, Alpha Blondy en hun kompatriotten.

 

Op een dag nam ik Mady mee naar het kasteel annex museum dat over Luanda’s baai uitkijkt. Bij de kassa vroeg een klerk wat onze namen waren en waar we vandaan kwamen. Terwijl ik mijn mond opentrok, duwde Mady me weg, en zij: “Hij heet Mister Artúr, en ik Mady. Hij komt uit Holanda, en ik uit Tsjaad!” Eenmaal buiten verklaarde mijn vriend uit Burkina Faso zich. 3 jaar geleden reisde hij naar Congo, waar hij met 15 anderen in een bootje stapte. In het holst van de nacht kwamen ze op het schiereiland dat voor Luanda ligt aan. Daar stond een busje hen op te wachten, die Mady naar zijn “big brother” bracht. Big brother vroeg Mady 2 pasfoto’s te maken, en gaf hem een baan in een van zijn 7 winkels.

 

Verblijfsvergunning te koop

Twee maanden later kwam big brother langs, en nam Mady mee naar de UNHCR, de vluchtelingen organisatie van de Verenigde Naties. Hij moest een paar forumlieren tekenen, big brother legde 17 briefjes van 100 dollar neer, en toen was Mady ineens een officieel erkende vluchteling. Mady liet me een document zien dat zegt dat hij geboren is in het stadje Sarh, Tsjaad, en 7 jaar geleden naar Angola was gevlucht. Het enige dat Mady van Tsjaad weet is dat het in Afrika ligt. Na de truc met de UNHCR was de volgende stap, het omkopen van de Angolese Immigratiedienst, een eitje. Voor nog geen 1500 dollar kocht Mady zich een vluchtelingenstatus inclusief verblijfsdocument voor tien jaar.

 

Wekelijks lees ik in de krant dat de vreemdelingenpolitie hier honderden illegale immigranten het land uit zet, gelokt door Angola’s diamanten en olie. Mady zal nooit tussen die ongelukkige zitten. Hij en z’n grote broer kennen de juiste mensen, investeren in het omkopen van de juiste ambtenaren, mengen zich niet in diamanten en houden hun hoofd laag. Hij en z’n grote broer kennen het systeem en weten ermee om te gaan.

 

Inmiddels werkt Mady niet meer in de winkel, maar is chauffeur geworden op een van Luanda's duizenden blauw-witte mini-busjes. De taxi-wereld is er een die bij uitstek bol staat van geschreven en ongeschreven regels. Een systeem, dus Mady red zich wel. Één van de gouden regels van het systeem luidt: tijd is geld. Hoe meer ritjes je van A naar B en terug maakt op een dag, hoe meer je verdient. En daar wringt de schoen. In Luanda doe je soms een uur over 100 meter, en verdien je dus geen bal. Vandaar dat de meeste taxi-chauffeurs wegpiraten zijn. Rechts en links zigzaggend inhalen. Over de stoep. Door de berm. Tegen het verkeer in. Éenrichtingsverkeer, stoplichten en snelheidslimieten negerend. Kortom alles wat nodig is om wat sneller te gaan, en zo wat meer te verdienen en en passant tevreden –want op tijd- klanten af te leveren. Aldus de ongeschreven regels van de taxi-wereld.

 

Cola of koffie?

Maar er zijn ook geschreven regels. Verkeersregels bijvoorbeeld. Of een wet die voorschrijft dat je de juiste papieren moet hebben. En Luanda is overbevolkt met mannen in uniform die je gaarne tegen een leuke vergoeding aan deze geschreven regels willen herinneren. Een “gasosa” (frisdrank) heet dat eufemistisch, al wordt ik de laatste tijd steeds vaker om een koffie gevraagd. Volgens Mady, die hetzelfde opmerkt, komt dat omdat gasosa inmiddels geen eufemisme meer is, maar tot een synoniem van corruptie is verworden. Bovendien kwamen er steeds meer grapjassen die standaard met een blikje cola in hun dashboard kastje reden, om te presenteren aan iedere politieagent die er maar om vroeg. 

 

Enfin, taxichauffeurs zijn een geliefde prooi voor de politie. Ze overtreden alle regels, hebben altijd wel ergens een defect aan hun auto, missen papieren, of hebben simpelweg geen tijd (geld) om hun hele busje te laten controleren door een treuzelde ambtenaar. “Met een beetje pech wordt ik drie keer op een ritje aangehouden”, vertelt Mady. En dat loopt in de papieren. Dus bestudeerde hij het systeem. Belde een grote broer, of die niet iemand hoog in de politie kende. Bezocht die hoge pief, en sprak af om wekelijks 50 dollar te betalen. In ruil daarvoor kreeg Mady zijn mobiele nummer, die hij belt wanneer hij gestopt wordt. Dan volgt een kort gesprekje tussen de hoge pief en de agent, waarna de laatste Mady bleekjes maar vriendelijk een prettige dag wenst. 

 

De Angolese systemen biedt talloze handvatten om je aan op te trekken en mazen om doorheen te glippen. Ook als je niet rijk bent. Mady is slim genoeg om deze te zien en te grijpen, daarom redt hij het wel. Waar hij ook gaat, wat hij ook doet. Bovendien wil hij zijn kennis delen met “Mister Artúr”, die zijn begroetingen eeuwig beantwoordt met “my friend Mady!,”gevolgd door een gulle lach.