Arthur in Angol... 的个人资料Arthur in Angola照片日志列表更多 ![]() | 帮助 |
|
2月25日 Bezoek uit Namibie en ZimbabweVorige week hadden we hoog bezoek in Kilamba Kiaxi. Nee, niet President José Eduardo Dos Santos, maar veel eerbiedwaardiger. De gasten waren bewoners van sloppenwijken van Harare (Zimbabwe) en Windhoek (Namibië) die hier waren voor een uitwisseling. Ik zie uitwisseling als een geweldige techniek voor capaciteitsopbouw, zeker voor mensen met weinig opleiding.
Vaak wordt (in ieder geval hier) capaciteitsopbouw van gemeenschappen en hun organisaties gelijkgesteld aan training. Een expert staat voor een klas en draagt zijn kennis over aan de leerlingen. Niet dat training niet belangrijk is, maar er zitten ook veel nadelen aan. Het is vaak theoretisch, terwijl praktisch werken juist de kracht is van de mensen hier. Het vindt plaats in een artificiële situatie, het is maar zeer de vraag of mensen de lessen opgedaan in een training kunnen vertalen naar hun dagelijks leven. En er is de (al dan niet terechte) vertrouwenskwestie: wat weet die man voor die flipcharts nou van ons leven?
Ik ben binnen CARE verantwoordelijk voor de methoden en technieken van capaciteitsopbouw. Het is dus mijn taak enerzijds trainingen succesvoller te laten zijn, en anderzijds onze capaciteitsopbouw verder dan deze trainingen te laten gaan. Wat dat eerste ben ik vooral met mijn collega’s bezig geweest de focus te verscherpen. Er moeten altijd duidelijke, relevante en realistische doelen en resultaten worden gesteld, die bovendien bijdragen aan de strategie van LURE. Dit is/was lang niet altijd het geval, waardoor zelfs de geweldigste training nooit een impact kan hebben. Daarnaast heb ik samen met mijn collega’s een checklist ontwikkeld voor hoe een training of ander capaciteitsopbouw evenement plant. De checklist, gedrukt op vel gekleurd karton, helpt ons alle stappen te doorlopen die nodig zijn voor een succesvol evenement, zoals reflectie op ‘lessons learned’, scherpe doelen, relevante resultaten, de logistiek, maar ook follow-up/methoden om te verzekeren dat de lessen/uitkomsten ook geïmplementeerd worden. Ik zie nu constant mijn collega’s over de vrolijke gekleurde checklisten gebogen, dus daar lijk ik in ieder geval een succesje gehaald te hebben.
Maar interessanter vind ik voorbij trainingen te gaan. Ik ben bijvoorbeeld bezig (altijd in samenwerking met mijn collega’s) monitoring en evaluatie bezoeken te gebruiken als kans om partners te coachen in hun werk. Dit is individueler en sluit veel beter aan op de praktijk. Lastig is wel dat partners (die een zekere financiële afhankelijkheid/belang hebben) vaak liever laten zien hoe goed alles gaat in plaats van wat verbeterd kan worden.
Uitwisseling is een andere, creatieve methode waar ik zeer in geïnteresseerd ben. Via uitwisseling breng je mensen samen die gemeenschappelijke ervaring en problemen delen, maar ieder hun eigen oplossingen hebben. Door ze samen te brengen op een informele manier, met een praktische focus, in de gemeenschap, leren mensen van elkaar. Eén van de Zimbabwanen legde me uit: “Exchange is about learning and teaching at the same time. It also empowers the people. You see on television that world leaders come together to discuss everything, the poor people should not be excluded from this. When two presidents like Mugabe and Dos Santos come together and learn from each other about how to evict people from their houses, then the people should come together and exchange responses to this.” (to evict betekent mensen uit hun huizen verwijderen en deze platbuldozeren. Zeer bekend in Zimbabwe, en helaas ook in Luanda) Ik heb deze uitwisseling met de Zimbabwanen en Namibiërs gebruikt voor een onderzoek naar hoe je uitwisseling op een effectieve manier kunt gebruiken als methode voor capaciteitsopbouw. Op basis hiervan ontwikkel ik model over mijn collega’s. In het fotoalbum zie je wat foto’s van de uitwisseling, inclusief een apar op vrijdag middag toen we een toeristisch bezoekje aflegden.
2月10日 FilmsterKijk eens op http://steel.lcc.gatech.edu/~mwarne/arthur/israel_and_arthur.avi Dat ben ik, starring in een kort filmpje. Gemaakt in de provincie Bié, waar ik eind december was. (zie vorige weblog item). De happening is onze aankomst in het dorpje Chivaulo waar die dag een Ontwikkeling Forum plaatsvindt waarin de autoriteiten en bevolking samen komen op te praten over de problemen en oplossingen voor het gebied. Het was nog maar de tweede keer dat dat daar gebeurde en sommige mensen zijn huiverig te komen. Ze zijn bang dat ze daar een kopje kleiner gemaakt worden, dat is immers wat er tot voor kort gebeurde wanneer je opgeroepen werd om met de overheid te komen praten….. Toch wel goed dat CARE werkt aan het opbouwen van positieve, vruchtbare relaties tussen autoriteiten en (georganiseerde) burgers.
Het gezing en gedans op het filmpje is niet voor ons, gelukkig, maar voor de Administrator (v) die met ons meereed. Ik ben druk in gesprek met mijn collega Israel. Hij gaat tijdens het Forum een presentatie geven en een discussie leiden over hoe dorpen ontwikkelingsplannen kunnen maken, gebaseerd op de prioriteiten van de dorpelingen, en hoe deze plannen vervolgens als lobby tool kunnen worden gebruikt naar de autoriteiten. We zouden die presentatie de dag ervoor voorbereid hebben, ware het niet dat ik met koorts op bed lag. Dan dus maar zo, in de zon, omringd door drukte, op weg naar de schuur waar het allemaal gaat gebeuren.
Eigenlijk wilden ze eerst dat ik de presentatie zou geven, maar daar zag ik vanaf. Wil niet de blanke zijn die de mensen wel even komt vertellen wat ze moeten doen. Bovendien is mijn Umbundu niet wat het zou moeten zijn. En, bovenal, mijn rol hier is op de achtergrond, niet op de voorgrond. Ik moet mijn collega’s naar voren duwen, en hen steunen waar dat nodig is. Hen helpen te groeien en hun werk beter te doen. Zij gaan immers door met de strijd voor een beter Angola, ook als ik al lang weer weg ben. In die zin vat het filmpje in een notendop samen wat mijn werk hier inhoudt. Oh ja, Israel deed de presentatie geweldig! Binnenlandse afrikaanse vluchtenDe laatste maand is nu niet de meest ontspannende van mijn leven geweest. Wie denkt dat je in Afrika lekker lui kan zijn heeft het mis. Als ik mijn collega’s vraag waarom ze toch allemaal minimaal 50 uur per week werken, zeggen ze dat dat nu eenmaal nodig is om Angola een beter land te maken. Afgelopen maand heb ik die arbeidsetos meer dan overtroffen. Er moest een groot projectvoorstel geschreven worden voor de Amerikanen, over het versterken van civil society in Angola, voor 5 miljoen dollar. Oh ja, en er was 3,5 week om alles te ontwikkelen en te beschrijven. Aan mij, samen met een collega van een andere organisatie, de eer.
Tijdens het schrijven werd besloten dat we naar het havenstadje Lobito moesten, niet in de laatste plaats omdat mijn schrijfvriend zijn bloedmooie Angolese vrouw begon te missen en onhandelbaar dreigde te worden. Zo gezegd, zo gedaan, binnenlandse vlucht Luanda-Lobito. Het vliegtuigje had twaalf plaatsen, ik zat direct achter de piloot, kon hem zonder ver te hoeven reiken op z’n schouder kloppen. Of helpen met de stuurknuppel. Dat deed ik niet, want ik was bang voor de piloot, die een grote mopperkont was. Het was 7 uur ’s ochtends en er werd hem een groot onrecht aangedaan door hem op dit uur te laten opdraven. “Dit zijn toch geen condities” herhaalde hij telkens. Zijn humeur bereikte een eerste dieptepunt toen hij het vliegtuig begon te checken. “Wat is dít nu weer?” en weer “Dit zijn toch geen condities” en “Willen ze me echt met dit ding de lucht in sturen?” en “Hey! Roep de technicus, dit is on-ac-cep-tabel”
Technicus: “ja?” Piloot: “wat ís dit?” Technicus: “wat?” Piloot: Tirade over het vliegtuig, te snel voor mijn Portugees om te volgen. Passagiers: worden bleekjes Technicus: “Ja maar wat is het probleem?” Piloot: “wat is het probleem!?!?! Dit is toch niet te geloven!!!. Neem nu deze switches, ze zijn met plakband vastgemaakt. Plakband!!!” Technicus: “Hmm, laat eens kijken, ja. Wel, de switch is voor de-icing, en hier in Angola hebben we geen eis. Dus….... Geen probleem.” Piloot: Mopperend geeft ie toe dat de technicus daar een punt heeft. “Vooruit dan maar. We gaan.”
Naar de startbaan. Effe contact opnemen met de verkeerstoren dat de hoeveelheid vuilnis op de landingsbaan gevaarlijke proporties begint aan te nemen. Nog wat mopperen. Snelheid maken. Schelden op de co-piloot. En weg…. Niet dus, op het punt dat we lijken op te stijgen begint ie als een bezetene te schelden en keert om. Terug naar de hangar. Daar aangekomen draait de piloot zich om naar de passagiers, en, met een big smile: “dames en heren, niets aan de hand. Klein technisch zaakje dat in no-time verholpen wordt. Over een half uurtje vertrekken we.” Zo gezegd zo gedaan. Ik vlieg nooit meer met deze maatschappij, bij de meeste organisaties en bedrijven is dat overigens al beleid. |
|
|